Ontwerpkeuzes bij restaureren

Restaureren is alleen zinvol bij een blijvende betekenis van de monumentale waarden. Het gaat bij restaureren en beheren om het zoveel mogelijk vertragen van de tand des tijds. Dat dwingt tot regelmatig ingrijpen waarbij het beginsel van 'conserverend herstel' geldt. Daarvoor gelden de onderstaande uitgangspunten:

  • Beperken van de omvang van de ingreep, 'zo veel als noodzakelijk is en zo weinig als mogelijk is',
  • Degelijk ingrijpen om (opnieuw) ingrijpen zoveel mogelijk te voorkomen of zo lang mogelijk uit te stellen,
  • Ingreep moet passen binnen de gegeven situatie (eis van compatibiliteit: het mag geen schade toebrengen aan het aanwezige historische materiaal),
  • Vervanging bij voorkeur in hetzelfde materiaal (of dezelfde eigen eigenschappen) of techniek.

Hierbij wordt een voorkeursvolgorde aangehouden: de zogenaamde ‘restauratieladder’, waarbij de regel boven uit oogpunt van onderhoud en restaureren steeds de voorkeur heeft boven de onder genoemde regel. In deze hiërarchie gaan conserveren, onderhoud en repareren voor vernieuwen. Het materiaal is immers de fysieke drager van de historische waarde. Als conserveren of onderhoud onvoldoende is, gaat men over tot repareren. Indien onderdelen niet meer gerepareerd kunnen worden gaat men over tot vernieuwen.

Uiteraard is dit een voorkeursvolgorde. De praktijk kan het nodig maken om andere keuzes te maken. Volg bovendien de regel 'behoud gaat voor vernieuwen' niet krampachtig. Ook de beleving (het kunnen genieten) speelt een rol in de afwegingen. Bij het beoogde evenwicht vernieuwen we zo min mogelijk, maar waak ervoor daarin niet door te schieten. (Een monument mag er oud uitzien en de sporen van jaren vertonen; het mag er echter niet verwaarloosd uit gaan zien.)

1. Conserveren/onderhoud 
2. Repareren 
3. Vernieuwena. Kopiëren
b. Imiteren
c. Verbeteren

 

Richtlijnen voor ontwerp, advies en uitvoering

ERM werkt samen met overheid en bedrijfsleven aan kwaliteitsrichtlijnen voor het ontwerp, advies en de uitvoering van restauraties.
Deze richtlijnen beschrijven de stand van techniek, de benodigde kennis en ervaring en de wijze van werken binnen door u, de opdrachtgever, gemaakte keuzes. Die kwaliteitsrichtlijnen zijn niet 'in steen gebeiteld'. Het zijn handleidingen met items waarover bij ieder werk afspraken gemaakt (kunnen) worden. Zij beogen houvast te bieden, bij te dragen aan de efficiency van het werk en de optimale zorg voor het werk te borgen. Richtlijnen die dus ook de eigenaar kan gebruiken bij het maken van afspraken voor het onderhoud van uw monument.

Veel richtlijnen zijn nog in ontwikkeling, maar een aantal is inmiddels gereed. Een overzicht van richtlijnen is te vinden op de website van ERM. Klik hier voor de juridische status van de ERM-richtlijnen. Daar vindt u ook de lijsten met bedrijven die zich hebben gecertificeerd voor het gebruik van deze richtlijnen. 

Bedrijven die zich hebben gecertificeerd mogen het logo Restauratiekwaliteit voeren.

Een goede opdrachtgever weet wat hij / zij doet

Een goede restauratie is niet alleen afhankelijk van inhoudelijke kennis. Alleen procesmanagement ook niet. Om leiding te kunnen geven aan restauratieprocessen is juist de combinatie van procesvaardigheid en inhoudelijkheid belangrijk. De vijf belangrijkste competenties van een opdrachtgever - vrij naar Karin Laglas - zijn:

  • Kennis van vastgoed en renovatie,
  • Gedrevenheid om een monument te verbeteren,
  • Procesvaardigheid,
  • Juist getimede besluitvaardigheid,
  • Het vermogen tegenstellingen te verzoenen

Zoeken

Thema's