Financiën & fiscaliteiten

1 Economische waarde

Monumenten hebben een (meer)waarde voor onze samenleving. Het heeft bijvoorbeeld een gebruikswaarde, versterkt de (culturele) identiteit, heeft een statusverhogende- en marketingwaarde en stimuleert de (sociale) cohesie. Daarnaast is de economische waarde van een monumentaal gebouw van belang. Juist met een krimpende economie, een terugtrekkende rijksoverheid en beperkte budgetten wint deze invalshoek aan belang: wat kost het en wat levert het op? Een aantal overwegingen is interessant om te betrekken bij de besluitvorming over investeringen:

  • Recent onderzoek (Cultureel erfgoed op waarde geschat) geeft aan dat de waarde van rijksmonumenten of woningen binnen een beschermd dorps- of stadsgezicht over het algemeen hoger zijn. In Zaanstad bleek dat ca 25% per m2 hoger te zijn. Het opknappen van het monument verhoogt tevens de waarde van woningen in de directe omgeving van een monument.
  • De huur van woningen die een rijksmonument zijn of die liggen in beschermd stads- of dorpsgezicht mogen hoger zijn. Rijksmonumenten krijgen in het huurpuntensysteem 50 extra punten. Bij woningen in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht geldt een toeslag van 15 % op de maximale huurprijs.
  • Uit een onderzoek in Arnhem (Monument en Rendement) bleek dat een investering in een rijksmonument rendement oplevert, in tegenstelling tot een gemeentelijk monument, voornamelijk vanwege de verschillen in fiscale voorzieningen en subsidieregelingen. De prijs van een rijksmonument is sneller gestegen dan van een reguliere woning.
  • Het opstellen (en bij complexe processen het bijhouden) van een businesscase is van groot belang. Het geeft inzicht in de financiële resultaten over de gehele levensduur van het project en beantwoordt de vraag of deze opwegen tegen de initiële investering.
  • In ruimtelijke processen en gebiedsontwikkelingen kan de cultuurhistorische waarde van een monument in een milieueffectrapportage of maatschappelijke kostenbatenanalyse worden meegenomen (zie Handreiking cultuurhistorie in m.e.r. en MKBA).

2 Fiscaliteiten

Rijksmonumenten

Er zijn fiscale mogelijkheden om een deel van de restauratiekosten van Rijksmonumenten van de belastingaangifte af te trekken. Het gaat daarbij niet alleen om de kosten van de restauratie of het onderhoud zelf, maar ook de kosten van de architect, constructeur en legeskosten van de benodigde vergunningen. Sinds 2012 zijn er geen drempels meer en de kosten zijn - na aftrek van subsidies - voor 80% aftrekbaar. Dan moet worden voldaan aan een aantal eisen:

  • u moet eigenaar zijn van het monument,
  • het monument moet zijn ingeschreven in het Rijksmonumentenregister,
  • de restauratiekosten moeten in het belastingplichtige jaar worden betaald.

Onderhouds- en restauratiekosten zijn alleen aftrekbaar als deze zijn uitgevoerd na aankoop van het monument. Bij de belastingdienst kan tevoren een verzoek worden ingediend tot vaststelling van de aftrekbaarheid, zodat de eigenaar weet waar hij aan toe is.

Landgoederen

Als u eigenaar, vruchtgebruiker of erfpachter van een landgoed of buitenplaats bent die aan de voorwaarden van de Natuurschoonwet 1928 (NSW) voldoet zijn er ook fiscale faciliteiten. Er zijn diverse vrijstellingen op het gebied van inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, overdrachtsbelasting, onroerende zaakbelasting, en schenk- en erfbelasting. De fiscale faciliteiten zijn omschreven in de brochure “rangschikking als landgoed, fiscale faciliteiten”

Een landgoed of buitenplaats voldoet aan de voorwaarden als:

  • het minstens vijf hectare, aaneengesloten, groot is of een (deel van een) historische buitenplaats die minimaal één hectare groot is. Onder nadere voorwaarden kan een onroerende zaak van minder dan vijf hectare ook als een NSW-landgoed worden aangemerkt en/of
  • het voor minstens dertig procent uit houtopstanden (bos) of natuurterreinen bestaat.

Stelt u uw landgoed open, dan zijn er meer fiscale faciliteiten te verkrijgen.
In een brochure “rangschikking als landgoed: voorwaarden” van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie is hierover informatie opgenomen inclusief een werkboek met instructies voor een aanvraag . Het duurt ongeveer 16 weken voordat er een beschikking wordt afgegeven.

3 Leningen

Restauratiefondshypotheek

Het Nationaal Restauratiefonds verstrekt laagrentende annuïteitenleningen aan monumenteigenaren voor restauratie en onderhoud van hun pand (5% onder de marktrente met een minimum van 1,5%). Eigenaren van rijksmonumenten of zelfstandige onderdelen wat geen woonhuis is komen in aanmerking als zij restauratie- of onderhoudswerkzaamheden gaan uitvoeren. De eigenaren van andere rijksmonumenten dan woonhuizen komen ook in aanmerking voor subsidie. Voor dezelfde werkzaamheden kan nooit zowel een lening als een subsidie worden verstrekt. De eigenaar moet dus kiezen. Woonhuiseigenaren kunnen echter niet kiezen en komen alleen in aanmerking voor een Restauratiefondshypotheek.

Cultuurfondshypotheek

Als het monument door uw gemeente aangewezen is als een beeldbepalend pand in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht dan komt u wellicht in aanmerking voor een Cultuurfonds-hypotheek: een laagrentende hypotheek uit een van de provinciale Cultuurfondsen voor Monumenten. U kunt de lening in vrijwel elke provincie aanvragen, maar bij diverse provincies is het budget inmiddels uitgeput. Alleen Drenthe, Limburg en Flevoland kennen geen cultuurfonds voor monumenten. Het rentepercentage van de Cultuurfonds-hypotheek ligt ruim onder de marktwaarde voor hypotheken.

Gemeentelijke (stimulerings)leningen

Een aantal gemeenten heeft de mogelijkheid van een laagrentende lening voor monumenten. De voorwaarden verschillen per gemeente, zie bijvoorbeeld de websites van SVn en het restauratiefonds.

Leningen van particuliere fondsen

In een beperkt aantal gemeenten zijn er ook particuliere fondsen waar leningen voor monumenten worden afgegeven. Het Elisabeth Strouven Fonds (Maastricht) en het MonumentenFonds 1818 (regio Haaglanden) zijn daar voorbeelden van. Geadviseerd wordt bij uw gemeente na te gaan of er dergelijke fondsen actief zijn.

4 Subsidies

Rijkssubsidies

Op grond van het Brim (Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten) kunnen eigenaren, aangewezen organisaties voor monumentenbehoud (POM) en decentrale overheden subsidie aanvragen voor restauratie en onderhoud aan rijksmonumenten. Bij gebouwde monumenten is het maximumbedrag aan subsidiabele kosten gebaseerd op de herbouwwaarde. Deze is te vinden op de polis of de offerte van de verzekeraar.

Provinciale en gemeentelijke subsidies

Diverse provincies en gemeenten met veel monumenten hebben een aanvullende subsidieregeling voor monumenten of beeldbepalende panden. Veelal zijn dit subsidiemogelijkheden voor monumenten of beeldbepalende gebouwen die geen rijksmonument zijn.

Subsidie landelijke fondsen

  • het Prins Bernardfonds ziet het behoud van het Nederlandse culturele erfgoed als een van haar kerntaken en heeft enkele beperkte mogelijkheden ondersteuningsmogelijkheden voor monumenten en buitenplaatsen
  • de Nationale Postcodeloterij geeft aan een breed scala van goede doelen jaarlijks een bijdrage. Tot dusverre zijn er weinig bijdragen verstrekt aan monumenten. Gezien de breedte van de thema’s die worden ondersteund is een bijdrage voor een restauratie niet ondenkbaar.
  • het VSBfonds ondersteunt onder meer herbestemmen van monumenten door verenigingen en stichtingen om de toegankelijkheid en het gebruik van monumenten te stimuleren.

Sponsering en mecenaat

Een sponsor is meestal een bedrijf die een activiteit steunt in ruil voor publiciteit. Een mecenaat is een verwante activiteit, waarbij echter geen publiciteit als tegenprestatie wordt gevraagd. Giften aan ANBI’s (Algemeen Nut Beogende Instellingen) zijn fiscaal aftrekbaar. Het Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen zijn altijd een ANBI. Kerkgenootschappen zijn dat in veel gevallen ook. Daarnaast kunnen natuurorganisaties, culturele organisaties en zelfs woningcorporaties die status toegewezen krijgen. Bij spraakmakende restauraties is het de moeite waard om na te gaan of extra kosten via deze weg kunnen worden bekostigd. Een professionele voorbereiding met een sponsorplan, en dergelijke zijn echter geboden.

Crowdfunding

Door de teruglopende kredietmogelijkheden en de terugtred van de overheid als subsidient wordt verwacht dat 'crowdfunding' als financieringsinstrument ook in Nederland zal groeien. Een crowdfunding platform biedt verschillende projecten aan waaruit investeerders / sponsoren kunnen kiezen. Zo bepalen betrokken mensen welke projecten geloofwaardig genoeg zijn om erin te investeren, zodat deze projecten zich verder kunnen ontwikkelen. Voor zover bekend zijn er op dit moment nog weinig voorbeelden van restauraties die op deze manier zijn gefinancierd. Het schooltje van Dik Trom is een van de voorbeelden waarbij het succesvol is toegepast. Deze weg lijkt vooral interessant voor monumenten met een grote uitstraling op de omgeving.

Zoeken

Thema's