Wetgeving

1 Overzicht van wet- en regelgeving

Opdrachtgevers van restauraties hebben te maken met een groot aantal wetten en regels. De eerste vraag die aan het begin van een restauratieproces uitgezocht moet worden is of een gebouw een beschermde status heeft. Daarna kunnen de inhoudelijke eisen aan de gewenste restauratie worden geïnventariseerd. Die zijn meestal terug te vinden in algemene regels of vergunningen. Tot slot is het belangrijk om allerlei eisen te onderzoeken die aan het proces worden gesteld.

Wet- en regelgevingRijksmonumentenGemeentelijk- provinciale monumenten
MonumentenwetAanwijzing beschermde status
Monumentencommissie (Onderhoudsplicht)
Monumentencommissie (Onderhoudsplicht)
WaboOmgevingsvergunning (Onderhoudsplicht)Omgevingsvergunning (Onderhoudsplicht)
Erfgoedverordeningen provincies of gemeenten - Aanwijzing beschermde status
Wet ruimtelijke ordeningBestemmingsplanBestemmingsplan
Woningwet / bouwbesluitAlgemene bouwregels
Voorrang vergunningvoorschriften
Welstandseisen
Algemene bouwregels
Voorrang vergunningvoorschriften
Welstandseisen
BrimSubsidievoorwaardenSubsidievoorwaarden
AanbestedingswetProcedure eisen voor (publieke) aanbestedingProcedure eisen voor (publieke) aanbesteding

2 Aanwijzing van monumenten

In de Monumentenwet is geregeld hoe monumenten aangewezen kunnen worden als beschermd monument. Er zijn verschillende gebouwde monumenten: Rijks-, provinciale en gemeentelijke monumenten. Uitgangspunt is dat een monument slechts op een lijst voorkomt. Het Rijk houdt een register bij van de 55.000 beschermde rijksmonumenten. Is de aanwijzingsprocedure van een monument nog niet afgerond dan heeft het een voorbeschermde status. De provincies Drenthe (ca. 300) en Noord Holland (ca. 600) hebben op grond van de eigen provinciale verordening gebouwen een beschermde status geven. Tot slot zijn er veel gemeenten die, op basis van een gemeentelijke erfgoedverordening, een bijzonder gebouw op de gemeentelijke monumentenlijst hebben geplaatst (landelijk ca. 41.000 monumenten). Landelijk is er een model-erfgoedverordening gepubliceerd die veelal door gemeenten wordt overgenomen. Op de website van uw gemeente kunt u die terugvinden. (Zie ook Thema 'Aanwijzing tot monument').

3 Bestemmingsplannen en beheersverordeningen

Een gemeente is verplicht voor haar hele grondgebied een of meerdere bestemmingsplannen vast te stellen en deze elke 10 jaar te actualiseren. Bij een ingrijpende restauratie is het goed om de toelichting van het bestemmingsplan te bekijken. Daarin staan veelal een beschrijving van de manier waarop met cultuurhistorische waarden en monumenten rekening is gehouden. Het bestemmingsplan kan ook regels bevatten waar een eigenaar van een monument zich aan moet houden. In de meeste gevallen wordt het bouwen in afwijking van het bestemmingsplan geregeld via een omgevingsvergunning.

In plaats van een bestemmingsplan kan een gemeente ook een beheersverordening hebben vastgesteld. Dat kan een gemeente doen voor gebieden waarin de bestaande situatie het uitgangspunt is en waar geen ruimtelijke ontwikkelingen verwacht worden.

4 Beschermd stads- en dorpsgezicht

Beschermde stads- of dorpsgezichten zijn gebieden met beeldbepalende gebouwen met historische karakteristieken. Het Rijk kan deze gebieden op grond van de Monumentenwet aanwijzen. De gemeente is verplicht voor deze gebieden een meer beschermend karakter in het bestemmingsplan vast te leggen. Dit betreft niet alleen de bebouwing, maar ook de onbebouwde ruimte (denk aan lantarenpalen of beplantingen). Voor onderhoud van Rijksmonumenten in zo’n gebied is een omgevingsvergunning vereist, tenzij de activiteit vergunningvrij is.

5 Verbod behoudens vergunning

De vergunningplicht voor restauraties en renovaties is opgenomen in de Wabo . Een gemeente kan deze plicht voor een omgevingsvergunning ook van toepassing verklaren op de aangewezen provinciale en gemeentelijke monumenten. In het Bouwbesluit staan allerlei voorschriften voor (onder meer) werkzaamheden aan gebouwen waaronder monumenten. Voorschriften in een omgevingsvergunning voor de restauratie van een monument hebben voorrang als deze afwijken van het Bouwbesluit.

6 Vergunningvrij

Een deel van deze activiteiten heeft een omgevingsvergunning nodig, een ander deel valt onder de categorie vergunningsvrij. Het gaat om de volgende vergunningsvrije activiteiten:

ActiviteitWettelijke basis
Gewoon onderhoud en een aantal wijzigingen: onderhoud waarbij materiaalsoort, kleur, vormgeving, detaillering en profilering niet wijzigen. Bijvoorbeeld:
- het schilderen in dezelfde kleur / verfsysteem
- het vervangen van kapotte ruiten of kozijnen door hetzelfde type / materiaalsoort
- het opstoppen van rieten daken
- het vervangen van enkele dakpannen.
Inpandige veranderingen van onderdelen zonder monumentale waarde, zoals het renoveren van een keuken van 25 jaar oud.
Bijlage II artikel 3.a Bor
Bouwen in, aan, op of bij een monument: activiteiten in, aan of op onderdelen zonder monumentale waarde, maar die wel deel uitmaken van een monument, zoals het plaatsen van een dakraam op een niet beschermd bouwwerk bij een monument.Bijlag II, artikel 4a, lid 1, Bor
Bouwen in rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten voor zover het betreft:
- gewoon onderhoud
- inpandige veranderingen
- veranderingen van een achtergevel of achterdakvlak, mits die niet naar het openbaar gebied is gekeerd.
- een bouwwerk op erf aan de achterkant van een hoofdgebouw, mits dat erf niet ook deel uitmaakt van het erf aan de zijkant van dat gebouw en niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd
- een bouwwerk op gronden die onderdeel zijn van openbaar toegankelijk gebied.
Bijlage II, artikel 4a, lid 2, Bor
Vergunningvrije activiteiten bouwen en planologische afwijking bij strijd met het bestemmingsplan of beheersverordening.Bijlage II, artikel 3, Bor

Constructieve wijzigingen zijn wel altijd vergunningplichtig. Als sprake is van 'kleine' vergunningvrije bouwactiviteiten zijn deze ook toegestaan als de bouwactiviteiten in strijd zijn met het bestemmingsplan. Er is dan geen omgevingsvergunning vereist. Bij de ‘omvangrijker’ vergunningvrije bouwactiviteiten is bij strijd met het bestemmingsplan of beheersverordening nog wel een omgevingsvergunning voor planologische afwijking vereist. Een voorbeeld is een uitbreiding van een monumentaal winkelpand naar de achterkant: dan is de bouwactiviteit vergunningvrij, maar de planologische afwijking niet.

Let op dat de mogelijkheid om vergunningvrij bijbehorende bouwwerken te bouwen in rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten per 1 november 2014 is beperkt! In die gebieden is het alleen mogelijk om – naast gewoon onderhoud - vergunningvrij:

  • de achtergevel of achterdakvlak te veranderen als dat niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd,
  • te bouwen op erf aan de achterkant van een hoofdgebouw, als dat niet ook deel uitmaakt van het erf aan de zijkant van dat gebouw en niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd.

7 Welstand- en monumentencommissie

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning beoordeelt een gemeentelijke monumenten (en/of welstands)commissie het uiterlijk en de zichtbare kwaliteit op basis van criteria die in een welstandsnota zijn vastgelegd. Bij een monumentenaanvraag worden de monumentale aspecten bekeken, zowel interieur als exterieur. Elke gemeente met één of meer rijksmonumenten moet over een Monumentencommissie beschikken. Vergaderingen van de Monumentencommissie zijn doorgaans openbaar en worden door de gemeente aangekondigd.

8 Onderhoudsplicht

Op basis van jurisprudentie blijkt dat een eigenaar van een beschermd monument in bepaalde gevallen verplicht kan worden om (conserverende) maatregelen te nemen. Waarschijnlijk wordt per 1 januari 2016 de onderhoudsplicht voor monumenten ook wettelijk vastgelegd. De volgende criteria zijn relevant:

Wanneer kan een last onder dwangsom worden opgelegd:
Als zonder maatregelen het monument in gevaar is (“beëindigen van het in gevaar brengen”)
Ook bij schade door slijtage of verwering van materialen
Ook al treden er ernstige financiële gevolgen voor de eigenaar op, de belangen van het monument gaan voor
Het ontbreken van een alternatieve bestemming voor het monument is geen beletsel
Eisen die aan de last onder dwangsom worden gesteld:
Alleen passende maatregelen om schade aan het monument te voorkomen
Er mag geen zicht zijn op de verlening van een (nieuwe) sloopvergunning
De gemeente moet concreet aangeven wat de passende maatregelen zijn om de schade te beperken
Maatregelen mogen niet leiden tot het (nagenoeg) afbreken en opnieuw opbouwen van het monument

Buiten de monumentenwetgeving bestonden al wel mogelijkheden op te treden tegen vervallen panden. Een gemeente kan altijd handhavend optreden bij strijd met het Bouwbesluit, strijd met de erfgoedverordening en via de Woningwet, of ernstige strijd met criteria uit de welstandsnota. Daarnaast geven de subsidieregelingen (o.a. Brim 2011) een basis voor handhaving op het gebied van achterstallig onderhoud, mits er subsidies zijn verleend. Een verleende subsidie kan eventueel worden ingetrokken, als na de vaststelling van subsidie blijkt dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden om het pand in goede staat te houden.

9 Aanbestedingsregels

De Aanbestedingswet 2012 geeft regels voor restauratieopdrachten boven en onder de Europese aanbestedingsdrempels. Opdrachten mogen niet meer zonder goede reden worden geclusterd. De belangrijkste wijzigingen zijn de bepalingen over proportionaliteit van eisen die worden gesteld aan ondernemers, aan inschrijvingen en aan contractvoorwaarden, de bepalingen over niet-samenvoegen en verplicht splitsen van opdrachten en de bepalingen die betrekking hebben op het beperken van de kosten van het deelnemen aan een aanbesteding.

De aanbestedingsregels gelden zowel voor aanbestedende (overheids)diensten als voor organisaties aan wie de aanbestedingsplicht is doorgelegd (bijvoorbeeld in subsidievoorwaarden). Onder een 'aanbestedende dienst' vallen het Rijk, provincies, een gemeenten, waterschappen en publiekrechtelijke instellingen. Als overheden of publiekrechtelijke instellingen samenwerken, geldt de aanbestedingsplicht ook.

10 Verplicht kwaliteitskeur

Het staat een private organisatie vrij om een kwaliteitscertificaat te eisen van de inschrijver. Pas echter op dat subsidievoorwaarden wel verplichtingen kunnen bevatten. Het is een overheidsorgaan niet toegestaan om van een inschrijvende aannemer te eisen dat hij gecertificeerd is. Een aanbestedende overheid moet in de aanbestedingsdocumenten gedetailleerd aangeven welke eisen c.q. criteria, die ten grondslag liggen aan een keurmerk, als eis of criterium worden gehanteerd. Voor de technische specificaties kan worden verwezen naar een (openbaar toegankelijke) uitvoeringsrichtlijn. Van het certificaat (keurmerk) zelf kan alleen gebruik worden gemaakt als bewijsmiddel dat aan de gestelde eisen wordt voldaan, waarbij ook ieder ander passend bewijsmiddel moet worden geaccepteerd.

Hoe gebruikt u als opdrachtgever ERM-richtlijnen? Een efficiënte werkwijze bij het aanbesteden is:

  • U verlangt van de inschrijver dat hij levert volgens de specificaties van een door u met name genoemde uitvoeringsrichtlijn, ERB (hoofdaannemer), GEAR (architect) of Molenmakersregeling,
  • Tevens verlangt u dat de inschrijver dat aantoonbaar doet. Het overleggen van een certificaat geldt daarbij als afdoende bewijs. Het certificaat is afgegeven op basis van de bijbehorende beoordelingsrichtlijn,
  • Ander bewijs dan een certificaat is ook toegestaan. Het moet dan wel gaan om passend (overtuigend) bewijs dat men aan alle eisen voldoet, ook als het gaat om bijvoorbeeld ervaring en vakmanschap.

De gekozen aanbestedingsvorm (traditioneel, DBFMO, Design & Construct etc.) maakt niet uit; in alle gevallen heeft u behoefte aan een duidelijke en landelijk gedragen basis voor het maken van afspraken over restauratiekwaliteit.

Zoeken

Thema's